Terug naar de homepage
Homepage / Actueel / Exposities / Archief / De Middeleeuwen van Helmantel in Klooster Ter Apel

De Middeleeuwen van Helmantel
in Klooster Ter Apel

locatie Kruisgang, Voorportaal, Sacristie, Kanunnikenkerk, Subpriorkamer, Priorkamer, Gastenverblijf en Galerie I
3D-plattegrond
datum 23 oktober 2010 t/m 9 april 2012

Vanaf media april 2012 permanent.
Zie: De Middeleeuwen van Helmantel

Henk Helmantel (Westeremden 1945) behoeft als beeldend kunstenaar geen nadere introductie. Zijn stillevens en schilderijen van kerken en kloosters, al met al een geweldig oeuvre, werden en worden over de hele wereld geëxposeerd en zijn in het bezit van musea en kunstverzamelaars. Over zijn leven en werk werden legio artikelen gepubliceerd, radio- en televisieprogramma’s geproduceerd, boeken geschreven en catalogi samengesteld.

Minder bekend is het feit dat hij samen met zijn vrouw Babs in de loop der jaren een prachtige verzameling heeft opgebouwd van middeleeuwse sculpturen, voornamelijk heiligenbeelden, meubels en gebruiksvoorwerpen. Maar ook werk van door hen bewonderde hedendaagse beeldend kunstenaars.

Met Helmantel door de Middeleeuwen - Beelden om bij stil te staan

In het expositiegedeelte van De Weem, de pastorie-boerderij die Helmantel in Westeremden vanaf 1974 zeer nauwkeurig herbouwde, waren in 2009 reeds de nodige objecten te bewonderen, samen met zijn schilderijen van kerken, kloosters en abdijen. Bij die gelegenheid verscheen het boek Met Helmantel door de Middeleeuwen - Beelden om bij stil te staan.

Een uitgebreidere collectie is van 23 oktober 2010 9 april 2012 tentoongesteld in vrijwel alle zalen van Klooster Ter Apel.

Genoemd boek en andere boeken, kaarten, kalenders en giclée’s met afbeeldingen van Helmantels werken zijn te koop in de Kloosterwinkel.

Collectie Helmantel permanent in Klooster Ter Apel Lopende expositie verlengd t/m 9 april 2012

De expositie De Middeleeuwen van Helmantel in Klooster Ter Apel, die aanvankelijk tot 30 december a.s. zou duren, wordt verlengd t/m Tweede Paasdag, 9 april 2012. Uit de unieke collectie van Henk en Babs Helmantel zijn in vrijwel alle zalen van het Conventgebouw beeldhouwwerk, meubels en gebruiksvoorwerpen tentoongesteld. Daarnaast ook schilderijen en tekeningen die Henk Helmantel creëerde van middeleeuwse kerken en kloosters. Bijvoorbeeld tijdens de aanstaande Kerst- en Paasdagen een uitmuntende gelegenheid om te wandelen in de fraaie bossen op de kloosterenclave, een bezoek te brengen aan de tentoonstelling en daarna even na te genieten in het totaal gerenoveerde HR Boschhuis.

Genoemde expositie is nu al meer dan een jaar te zien in Klooster Ter Apel. Enthousiaste reacties van de bezoekers kunnen worden samengevat met de opmerking: ‘Deze kunst hoort gewoon in Klooster Ter Apel.’ In ieder geval harmoniëren de objecten zo fraai met het middeleeuwse interieur van het klooster, dat het is alsof een en ander altijd al aanwezig is geweest.
Dat enthousiasme is overgeslagen naar de familie Helmantel. Ook zij vinden dat hun collectie in Klooster Ter Apel in de juiste sfeer is ondergebracht en hebben in goed overleg met bestuur en directie van het klooster besloten een belangrijk deel van hun middeleeuwse collectie in langdurig bruikleen permanent ter beschikking te stellen. De zorgvuldig geselecteerde objecten krijgen vanaf medio april 2012 een vaste plaats in de Priorkamer en de Subpriorkamer.

Zie: De Middeleeuwen van Helmantel

OpeningOp zaterdag 23 oktober 2010 vond in Klooster Ter Apel de officiële opening plaats van de tentoonstelling De Middeleeuwen van Helmantel in Klooster Ter Apel. De belangstelling was overweldigend en veel aanwezigen gaven aan graag nog eens te willen lezen wat de sprekers ten tonele voerden. Met publicatie van de bijdragen van Jacobine Geel, Henk Helmantel en Hans Kroeze voldoen wij met genoegen aan dit verzoek. De bijgaande foto’s werden tijdens de vernissage gemaakt door Gerrit Dopper. Jasper Helmantel fotografeerde zijn vader op de Zündapp.

WELKOMSTWOORD
Hans Kroeze, directeur Klooster Ter Apel

Dames en heren,

Mede namens het bestuur van de Stichting Klooster Ter Apel wens ik u allen hartelijk welkom. In het bijzonder:   Henk en Babs Helmantel, hun familie, vrienden en kennissen;
beeldend kunstenaar Kees Stoop en echtgenote;
gedeputeerde van de provincie Groningen Rudi Slager;
wethouder van de gemeente Vlagtwedde Herman Kuipers;
onze donateurs, dragers van het Ter Apeler Conventinsigne en vrijwilligers en
last but not least Jacobine Geel die zodadelijk de officiële opening zal verrichten.

Dames en heren,

1945
Kwekerij ‘Nimmer Dor’, Westeremden: Hindrik Frans Nicolaas Helmantel ziet dit leven.

1961-1965
Henk Helmantel volgt lessen schilderen en grafiek aan de Academie Minerva in Groningen.

1978
Voor de eerste keer een Helmantel solotentoonstelling in Klooster Ter Apel.

1999-2000
Tweede solotentoonstelling in Klooster Ter Apel.

2000-2002
Onder leiding van de Deense architect Professor Johannes Exner komt de nieuwe westvleugel van Klooster Ter Apel tot stand.

Vanaf 2002
Vanuit Westeremden klinkt regelmatig afkeurend gegrom met betrekking tot voornoemde nieuwbouw. Nu en dan bereiken flarden van dit misbaar ons Klooster. Nadrukkelijker in de

Zomer van 2008
Helmantel, net uitgeroepen tot ‘Kunstenaar van het Jaar’, maakt dan op z’n 33-jarige Zündapp een studiereis door Duitsland en doet daarvan verslag onder de titel ‘Op de Plof’, onlangs gepubliceerd in het boek ‘Henk Helmantel Uit en Thuis’ te koop in onze Kloosterwinkel.
Op 18 juli komt hij vanuit Cloppenburg tegen half drie aan bij Klooster Ter Apel ‘want dat moest de afsluiter worden’.

In zijn dagboek noteert hij: ‘De geheel vernieuwde opzet geeft veel informatie over het kloosterwezen, maar toch, de nieuwe uitbreiding van enkele jaren geleden is voor mij voor de sfeer een grote mislukking. En ook bij de inrichting van de diverse vertrekken heb ik vraagtekens. Er overviel mij een gevoel van grote treurigheid. Hoe eerder de nieuwbouw wordt afgebroken hoe beter. De gang over de gewelven en zolders is wel interessant, met een effectieve schildering van Schreuder (doelend op de ziekenzaal en de kloostercellen, red.). De kloostergang en de kerk zijn fraai gebleven. De oude banken zijn weergaloos mooi, de verworven middeleeuwse beelden zijn geen topstukken, maar toch de moeite waard.’

In ons gastenboek schrijft Helmantel op diezelfde 18e juli: ‘Met gevoelens van grote droefheid. Ter Apel is z’n kloostersfeer kwijt. Dat hoeft niet zo te blijven!’

Dat laatste lees ik als een uitnodiging. In boerderij-pastorie De Weem te Westeremden volgen enige en uiteindelijk verhelderende gesprekken. In de meest positieve zin is zulks mede de schuld van de laatste bewoner van Klooster Ter Apel en de eerste met het Ter Apeler Conventinsigne gedecoreerde vrijwilliger Allie Eenjes. We spraken bij Babs’ koffie en Groninger koek over onze westvleugel natuurlijk, over het kloosterleven, over muziek, over de teneur van dagblad Trouw, over het kunstklimaat van vandaag-de-dag in het algemeen en dat van het Groninger Museum in het bijzonder. Ook over de mogelijkheid om toch maar weer eens te exposeren in dat Klooster waarmee hij in die staat van haat/liefde verkeerde. ‘Het beste wat je als directeur kunt doen is afbraak van die vermaledijde vleugel!’
Ik weet gemotiveerd van geen wijken en verdedig Exners eerbied voor de oorspronkelijkheid van het Klooster uit 1465 dat in de jaren dertig van de vorige eeuw prachtig werd gerestaureerd maar toen ook niet zoals het ooit was. Je hebt het, hoe dan ook, over een UNESCO Top-100 monument in Nederland, Henk, het enige nog bestaande middeleeuwse plattelandsklooster van Noordwest Europa!

18 augustus 2009
Helmantel is terug in Klooster Ter Apel. Met zijn dan 34-jarige Zündapp, schetspapier en potlood. In de Kanunnikenkerk begint hij aan een voorstudie van de koorbanken: ‘Het zijn niet de meest spectaculaire banken, maar in hun sfeer onovertroffen.’

14 juli 2010
We stellen dat wat tijdelijk van Westeremden naar Ter Apel zal verhuizen zo ongeveer vast. Zo ongeveer, want tot en met 16 oktober jongstleden was het: dit wel en dat niet.

11 oktober 2010 en de daarop volgende dagen
Start transport (de vrachtwagen moet drie keer heen-en-weer) en inrichting van de expositie. Liefst 11 medewerkers hebben er hun handen vol aan. Passen, meten, lichtinval, het wegtimmeren van een kompleet altaar, geen spotjes. Uiteindelijk 138 schilderijen, tekeningen en middeleeuwse sculpturen, meubels en gebruiksvoorwerpen. Klooster Ter Apel tijdelijk Museum Helmantel! De Weem is leeg! Allie, Claire, Herman, Ineke, Johan, Maurice, Maya, Nes, Ria, Toon en Wubbe: bedankt!

In de tentoongestelde collectie van Henk en Babs Helmantel zijn ook werken opgenomen van Kees Stoop. Ik citeer Henk Helmantel:

‘Kees Stoop, voor velen een onbekende naam, maar voor een aantal liefhebbers en kenners van met name zijn tekeningen een grootheid. Als men mij zou vragen spontaan een aantal tekenaars uit meer dan 500 jaar kunstgeschiedenis te noemen, dan noem ik de namen van Michelangelo, Leonardo da Vinci, Hans Holbein, Rembrandt en Ingres in ieder geval. Uit de jongere kunstgeschiedenis: Van Gogh en Dick Ket. En van de hedendaagse meesters naast Philip Kouwen en Peter Durieux zeker Kees Stoop. Zijn tekeningen zijn niet zozeer staaltjes van virtuositeit, als wel van intensiteit, zuiverheid en diepgang.
In de jaren 70 van de vorige eeuw besloot hij om alle 150 Psalmen uit de Bijbel te kalligraferen met readerspen en te illustreren met rietpen (planten) op grote bladen Japans rijstpapier. Hij koos daarbij voor de vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde.

Enkele jaren geleden stelde hij ons in de gelegenheid de complete serie van 11 bladen te kopen. Naast de Psalmen laten wij in Klooster Ter Apel ook vijf andere tekeningen zien die qua sfeer prachtig aansluiten bij de Psalmen.’

Tenslotte wil ik niet onvermeld laten dat onze expositie tot en met 13 maart 2011 deel uitmaakt van ‘Helmantel in dubbel perspectief’, waarbij een keuze uit zijn fantastische stillevens worden tentoongesteld in het Veenkoloniaal Museum te Veendam.

DE MIDDELEEUWEN IN KLOOSTER TER APEL
Henk Helmantel, schilder

Dames en heren,

Deze dag is een bijzonder moment in het leven van Babs en mij. Werd ik twee keer eerder uitgenodigd in Klooster Ter Apel te exposeren, deze tentoonstelling heeft, ook voor ons, een bijzonder karakter.
In grote lijnen is ze inhoudelijk te vergelijken met de tentoonstelling die we in 2009 bij ons in De Weem van Westeremden toonden. Nu, uitgebreider in Klooster Ter Apel, is het alsof de collectie thuis komt!
We zijn zeer te spreken over de voortreffelijke samenwerking met alle betrokkenen. Het bestuur, de directie, de medewerkers en, niet te vergeten, de vrijwilligers.

Mijn, ik kan gelukkig ook zeggen onze belangstelling voor de middeleeuwse kunst en cultuur is bijzonder groot en dateert van zeker 35 jaar geleden. Denkend aan middeleeuwse bouwkunst komen als eerste de kerken van Leermens, vlak bij ons, Bozum in Friesland, Klooster Le Thoronet in Zuid-Frankrijk en sinds vorige week de Kloosterkerk St. Antimo in Zuid-Toscane, Italië, in beeld. Maar nog oneindig veel meer.
De rit vanuit Westeremden via Slochteren, Scheemda, Vlagtwedde en Sellingen naar Ter Apel is voor mij altijd opnieuw een belevenis, al meer dan 40 jaar lang. Ter Apel: nergens heb ik sfeervollere koorbanken gezien. En wat te denken van Kloostergang en Doksaal...

Babs en ik hebben in samenspraak met de heren Kroeze en Horstmann eerst het complex verkend wat betreft de mogelijkheden. Voorwaarde was dat de meeste vertrekken op de begane grond zouden worden leeggehaald. Later, alleen terugkerend, heb ik de eerste opzet nader uitgewerkt.
Het vervoer van de collectie vroeg de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Het uitpakken en plaatsen evenzo. Vorige week is alles definitief geplaatst. De vrijheid in visie en handelen die mij werd gegund heb ik zeer opprijs gesteld.

Babs en ik (en ook onze kinderen) hebben al veel bijzondere dingen mee mogen maken. Dit gebeuren hoort zeker bij die hoogtepunten. Daar komt nog bij dat ons voorstel om de tekeningen van de Psalmen van Kees Stoop, aangevuld met nog enkele hoogtepunten uit zijn teken oeuvre, meteen in goede aarde viel. Wij hopen dat u door dezelfde ontroering wordt getroffen die ook ons steeds weer overvalt als wij dit werk aanschouwen.

Dat dit gebeuren zou uitgroeien tot een dubbeltentoonstelling met het Veenkoloniaal Museum in Veendam, daar hadden wij in eerste instantie nooit aan gedacht. Maar nu de stillevens daar hangen, en hoe, beter kan niet, kunnen we alleen maar verheugd zijn dat het zover is gekomen. Ook wat betreft Veendam: niets dan lof voor de samenwerking.

Huis van het Nieuwe Licht, zo noemde men Klooster Ter Apel. De tijd verstrijkt, de Middeleeuwen liggen ver achter ons. De hoogtepunten van die geestelijk te noemen architectuur en andere cultuuruitingen evenzeer. Zo niet het Licht met een hoofdletter. Daaruit en daarmee te leven is het grootste voorrecht aan de mens gegeven.

Soli Deo Gloria.

Dank voor uw aandacht. Wij wensen de medewerkers van de beide musea een goede tijd met de tentoonstellingen.

OPENINGSREDE
Jacobine Geel, theoloog, dominee en televisiepresentatrice

Dames en heren,

‘Onze kunst is thuisgekomen’, zei Henk Helmantel in zijn openingswoorden. Thuisgekomen toen de vrachtwagens vanuit Westeremden in Ter Apel waren aangekomen en de inhoud ervan een plek had gevonden in het klooster. Het klinkt aantrekkelijk: thuisgekomen. Toch zal ik u in mijn verhaal uitnodigen om ook de vervreemding nog even vast te houden. Omdat het er niet alleen om gaat dat de kunst thuiskomst, maar zeker ook dat wijzelf bij de kunst thuiskomen.

In de kerk van de heilige Severinus te Keulen bevindt zich een schilderij uit ongeveer 1500 waarop een groep kerkbezoekers is afgebeeld, neergeknield voor een grote verzameling relieken en reliekhouders die zijn uitgestald op een altaartafel. Kunsthistoricus Henk van Os noemde dit schilderij ooit een van de meest aansprekende verbeeldingen van de middeleeuwse samenhang tussen zien en geloven. De gelovigen zijn gevangen in een moment van reikhalzende overgave. Ze willen zien, en ze geloven omdat ze en om wat ze zien. De tastbare aanwezigheid van het heilige, van het goddelijke, was voor het middeleeuwse geloof van vitaal belang.

Gekozen voor het oog, kijken voorgoed,
Zo gek is dat toch niet, eerst kijken dan geloven,
Betastbaarheid gaat het verstand te boven,
Met vingers kijken, zoals een kind dat doet.

De middeleeuwer had zich vermoedelijk helemaal kunnen vinden in deze regels van C.O. Jellema. Maar ondanks het feit dat Jellema een eigentijds dichter is, zijn wij nu eerder geneigd om die behoefte aan tastbare geloofsbewijzen af te doen als kinderlijk en primitief. Als het op geloven aankomt geven wij de voorkeur aan verlangen boven zekerheid, aan zoeken boven vinden, verkiezen wij de houding boven de inhoud. Het is naar mijn smaak precies dit gegeven dat de tentoonstelling die hier vandaag wordt geopend op spanning brengt.

Want wat is hier bijeengebracht? Enerzijds Helmantels schilderijen van kerkinterieurs, anderzijds middeleeuwse heiligenbeelden, meubels en gebruiksvoorwerpen. De kerkinterieurs ademen in de allereerste plaats ruimte. Weldadige ruimte. Een ruimte die mogelijk werd door ze te ontdoen van al die voorwerpen die met zoveel liefde door Henk Helmantel en zijn echtgenote Babs in de loop van vele jaren werden verzameld. En die hier nu tegelijkertijd tentoongesteld worden.

De oppervlakkige beschouwer kan denken: wat een ingewikkelde omweg om het een en het ander eerst van elkaar te isoleren, en het vervolgens weer bij elkaar te brengen. Maar ik beweer dat juist door ze van elkaar los te maken, het interieur en de inrichting, ruimte ontstaat om beide met nieuwe ogen te zien.

Ik ben er althans persoonlijk van overtuigd dat als dezelfde voorwerpen die nu op deze tentoonstelling te zien zijn, waren uitgestald zoals op het schilderij in Keulen, ze nauwelijks of geen aandacht hadden getrokken, laat staan iemand aan het denken gezet. Als ik de zittende Maria met kind, of de 14e eeuwse Christus aan het kruis, hoe schitterend op zichzelf ook, had aangetroffen in de nis van een willekeurige katholieke kerk, had die omgeving mijn gedachten gestuurd. Dan had ik kaarsen gezien en wierook geroken en een mengeling van weerzin en melancholie gevoeld om traditie en voorbije traditie. Ik was op geen enkele manier geprikkeld geweest tot nieuwe gedachten, had mij niet afgevraagd wat dat kruis, dat beeld mij zegt. Nu is dat anders. De hier tentoongestelde beelden en andere voorwerpen kunnen hun werk doen, juist omdat ze als het ware eerst van hun oorspronkelijke context en betekenis zijn ontdaan.

Er is een mooi, oud woord, dat met name wordt gebruikt in verband met kerkbouw: de narthex. De narthex van een kerk is haar voorportaal. Ook op een van Helmantels schilderijen is er één te zien. Meer overdrachtelijk is zo’n voorportaal op te vatten als overgangsgebied, tussenruimte, tussentijd. Op te vatten als stilte - geen doodse, maar een van ingehouden adem, verwachtingsvol. De narthex is een plek waarvoor je niet alleen je huis moet verlaten, maar ook bepaalde vastgeroeste manieren van kijken. Hier is nog niets te zien, en juist dat moet je zien. Om wat? Om op adem te komen, om los te laten, om te herscheppen. Met deze tentoonstelling bevinden wij ons in zo’n voorportaal, zo’n tussenruimte.

Misschien mag ik ter vergelijking een enigszins protestantse omweg maken. Het mechanisme dat ik bedoel is te vergelijken met het lezen van Bijbelteksten. Vele daarvan zijn zo vertrouwd dat je als het ware geneigd bent over de betekenis heen te lezen. Niet in de eerste plaats door wat er staat, maar vooral door hoe het er staat verliezen Bijbelteksten in de loop van de tijd aan zeggingskracht. De taal, de beelden, de zinswendingen, ze zijn prettig of akelig vertrouwd, maar hoe dan ook verbonden met een context van zondagse kerkdiensten en bidden voor het eten. Dat je de tekst ook kunt lezen omwille van de tekst zou je bijna vergeten.

Ik realiseerde me dit weer eens heel nadrukkelijk toen ik kennisnam van de eerste proeven van de nieuwe Bijbelvertaling die nu in voorbereiding is. In het boek ‘Handelingen van de apostelen’ verbreekt God - volgens de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 - de weeën van de dood. Het verging mij met deze regel jarenlang zoals met sommige gedichten: het beeld was niet direct duidelijk, maar de klank beviel me.

Bovendien beleefde ik deze uitdrukking als een typisch Bijbelse manier van zeggen, wat blijkbaar betekende dat helderheid en begrijpelijkheid geen eerste vereisten waren. In de nieuwe vertaling is niet langer sprake van weeën van de dood, maar staat eenvoudigweg dat ‘God de last van de dood [van hem] heeft afgenomen’. Het effect van deze verandering is verbluffend: waar het lezen van de bewuste passage vroeger vooral een bepaalde sfeer opriep, word ik door de nieuwe vertaling aan het denken gezet over de inhoud van de gedane mededeling. En dit is slechts één voorbeeld van de werking van deze nieuwe vertaling.

Ik wil hiermee niet zeggen dat begrijpelijkheid nu ineens de belangrijkste voorwaarde zou zijn waaraan een nieuwe Bijbelvertaling moet voldoen. Ik houd van poëzie en van weerbarstig proza - van tegen rotsen verdorven zaad, van ijdelheid en weeën des doods; waar schoonheid in de Hebreeuwse of Griekse grondtekst te vinden is, zie ik ze graag in de Nederlandse vertaling terug.

Geen begrijpelijkheid tot elke prijs. Maar juist als het gaat om begrippen en uitdrukkingen met een godsdienstige of geloofswaarde - zonde, genade, geloof - kan het geen kwaad nauwkeurig te onderzoeken wat in de oorspronkelijke tekst bedoeld is. Want helderheid en heiligheid worden gemakkelijk verward. Bijbelvertalingen hebben nu eenmaal een neiging tot onaantastbaarheid en dat heeft helaas vaak meer te maken met starheid van geloof, dan met de kwaliteit van de vertaling.

Terug naar de tentoonstelling. Zoals het goed is voor een waardering van de Bijbeltekst als tekst dat die opnieuw vertaald wordt, zo is het de grote verdienste van deze tentoonstelling dat de voorwerpen zijn teruggebracht tot pure vorm; er is niets meer wat herinnert aan wierook en reikhalzende overgave. Het bijzondere is dat ze daardoor veranderen in het omgekeerde van wat ze altijd waren. Het zijn niet langer tastbare bewijzen van heiligheid; in hun isolement zijn ze de belichaming van ongrijpbaarheid en herinneren ze aan wat het zintuiglijke overstijgt, aan wat ons overstijgt. En juist daardoor lokken ze ons, en lokken ze ons naar het transcendente, een beweging die niet weinig wordt versterkt door de ruimte op de schilderijen.

Die beweging brengt me bij een gedicht van Esther Jansma. Een gedicht dat zij, in ogenschijnlijke tegenspraak met de beginregels, de titel ‘Alles is nieuw’ meegaf.

Wat zou gebeuren was er altijd al,
Volmaakt gespeld door een beker die stukviel,
Scherven, waarin de afdrukken van duimen,
Het rilschrift van naalddunne takjes staan.
Het is geen verhaal dat wij maakten maar iets
dat er was en er is in de sporen van greppels
en staanders en lang gedoofd houtvuur.
Het hoefde alleen maar gevonden te worden.
Iemand moest ernaar kijken en zeggen wat is het
dit is het, en daar was het, een huis met een haard-
plaats, mensen die daar zoals altijd en altijd
voor het eerst in het nu zichzelf zijn en zitten
met warme handen die een beker vasthouden
bij het vuur en ze praten en de tiktak van regen
is een cirkel geluid en het deert niet, de nacht
niet, de onzichtbare wolken, de stilte van alles
wat buiten in slaap is of wacht op de dag
zijn het dak en de wanden om het dak en de muren
van het huis dat al oud is maar nieuw
want opnieuw in het heden gevonden.

Het gedicht beschrijft een ervaring van gisteren en vandaag, maar omvat tegelijkertijd vroeger - zover als dat teruggaat, eeuwen en eeuwen - en vandaag. Esther Jansma kan dat als weinig anderen. Ze kan teruggaan in de tijd, kan van verleden tijd tegenwoordige maken. Ze kan een stuk hout nemen, zwaar van ouderdom, duizenden jaren geleden gekapt, het in haar hand wegen, ernaar kijken en zie: daar komt de houthakker van ooit ons al tegemoet gelopen. Ze kan het met hout en met de jaarringen van bomen, maar ook met scherven, die bekers worden; in sporen van greppels keert het modderige water terug, oude lappen veranderen in de jas en de man die hem droeg. Geschiedenis, schreef Milan Kundera ooit, is als een landschap dat opdoemt uit de mist. Esther Jansma lijkt in staat de mist te verdrijven: het landschap ligt voor ons in al zijn tastbare helderheid, de geschiedenis is nu. Waar is de tijd? Hier is de tijd?

Dit herscheppen van het verleden - aan de hand van een scherf, een vermolmde staander - lijkt speels maar is niet enkel een spel. Het herscheppen van het verleden is voor alles ernst en van levensbelang. Want al is de traditie van oudsher gegeven, daarmee is wat oud is, van vroeger, nog niet in het heden gevonden, nog geen huis waar ook nieuwe generaties zichzelf kunnen zijn. Onontbeerlijk is het vermogen om onszelf voortdurend opnieuw uit te vinden in het nu. Als niet telkens iemand met nieuwe ogen durft te kijken, niet bij alles wat we al menen te kennen durft te vragen ‘wat is het’, loopt ons leven vast en verkommert onze ziel.

Het oude zien met nieuwe ogen, waardoor je je de traditie opnieuw en op een nieuwe manier eigen kunt maken. Ik wens u toe dat deze tentoonstelling die beweging ook bij u, de beschouwer, op gang brengt. En als dat lukt is dat zeker ook te danken aan de creativiteit, de toewijding en het lef van Henk en Babs Helmantel.

Relevante links - www.helmantel.nl
- www.artrevisited.com

2012 © Klooster Ter Apel  colofon | sitemap | links | contact Boslaan 3-5, Ter Apel [NL]   Tel. +31 [0]599 581370   info@kloosterterapel.nl
Klooster Ter Apel
Boslaan 3-5
Postbus 139
NL-9560 AC Ter Apel
Tel. +31 [0]599 581370
Fax. +31 [0]599 587140
www.kloosterterapel.nl
info@kloosterterapel.nl