Homepage / Actueel / Nieuws / Archief / De middeleeuwse kloostergeschiedenis van de Nederlanden Deel III: Kloosters in Groningen

06.02.2012   De middeleeuwse kloostergeschiedenis van de Nederlanden
Deel III: Kloosters in Groningen

Onder redactie van Martin Hillenga en Hans Kroeze

Zo’n 175 jaar geleden maakte Jan Gerrit Rijkens, schoolmeester in het Noord-Groninger dorp Wehe, een reisje door Westerwolde. Het verslag van de tocht publiceerde hij in de door hem uitgegeven Almanak ter bevordering van kennis en goeden smaak - vaak kortweg de ‘Leenster almanak’ genoemd - over het jaar 1836. In ‘den schoonen morgen van den 31 augustus’ vertrok de meester vanuit Winschoten, richting Ter Apel. Bij nadering van dat dorp zag hij:

‘rijzend geboomte, boven wier kruinen de oude kloosterkerk zich deftig verheft, die de eeuwen schijnt te zullen trotseren; - de digte bosschen, waarin zich het gevleugeld heir op verschillende wijze laat hooren, en waaronder de goddelijke toonen van den lieven nachtegaal zich boven alle onderscheiden, o, alles wekt hier belangstelling! Onder gespannen opmerkingen kwamen wij eerder voor het huis van den kommandeur J.G. Tammes, dan ik mij had voorgesteld. Wij haasten ons, om met een vlugtig oog het gewezen klooster en kerkgebouw te gaan beschouwen. Wij konden het des te spoediger opnemen, uit hoofde [de] stad Groningen, in 1834, het kapwerk van het oude kloostergebouw heeft doen verlagen, waardoor de vroeger bestaande cellen zijn weggenomen. Wij hadden ons dus slechts beneden te bepalen.’

Rijkens is nuchter en zakelijk over de toen recente afbraak van een deel van het kruisherenklooster. Twee jaar na zijn bezoek zouden nog de gewelven in de kloosterkerk worden afgebroken. En méér wat in 1835 nog ‘de eeuwen schijnt te zullen trotseren’ is sindsdien verdwenen. We noemen hier enkel slechts de gebouwen van het dominicaner klooster waarin het Groene Weeshuis was gevestigd, de Broerkerk van het minderbroederklooster, de kapel van het Olde Convent – deze alle in de stad Groningen. In de Ommelanden sneuvelden in de loop van de negentiende eeuw nog de kloosterkerken van Wittewierum en Rottum onder de sloophamer.

De kloosters, waar nu zo weinig van resteert, zijn van wezenlijk belang geweest voor de geschiedenis van Stad en Ommelanden. Ze waren in hun tijd centra van religieus leven, ziekenzorg, waterbeheersing, economische bedrijvigheid en wetenschap. Ook na hun opheffing na de Reductie (1594) zijn de opbrengsten van de kloostergoederen, die toen in handen waren van de Ommelander en de stad-Groninger overheid, voor Groningen profijtelijk geweest: de uitleg van de stad werd er bijvoorbeeld mee gefinancierd, als ook de oprichting van de universiteit.

Over tal van deelonderwerpen met betrekking tot deze geschiedenis werd in de loop van de tijd gepubliceerd. Toch duurde het tot 1989 voordat een kritische, omvattende studie verscheen – het boek Groninger kloosters onder redactie van C. Tromp. Deze continue kennisvermeerdering is mede aanleiding geweest om in dit derde deel van de serie ‘De middeleeuwse kloostergeschiedenis van de Nederlanden’ de historie van de kloosters opnieuw te boek te stellen.
In de loop van de eeuwen mag dan veel zijn verdwenen, onze kennis van de kloostergeschiedenis is de afgelopen decennia daarentegen juist vermeerderd – evenals naar het lijkt de publieke belangstelling daarvoor. Klooster Ter Apel heeft sinds 2001 een nieuwe westvleugel die een museale presentatie vergemakkelijkt, in Essen kunnen geďnteresseerden in de geschiedenis van het klooster Yesse terecht in een bezoekerscentrum, Aduard heeft zijn museum Sint Bernardushof. Daarnaast spannen tal van historische verenigingen zich in om het lokale kloosterverleden inzichtelijk te maken.
In dit boek zijn beschrijvingen opgenomen van alle bekende Groninger kloosters die behoorden tot de ‘oude’ kloosterorden: augustijner eremieten, benedictijnen, cisterciënzers, dominicanen, franciscanen, johannieters, kruisheren en premonstratenzers. De twee inleidende hoofdstukken geven een meer algemene achtergrond, van bloeitijd en verval.
De samenstellers van dit boek hopen, net als met de eerste twee delen van de serie, een bijdrage te hebben geleverd aan de kennis van het middeleeuws kloosterleven, nu voor Groningen in het bijzonder. De uitroep van J.G. Rijkens 175 jaar geleden – ‘o, alles wekt hier belangstelling!’ – valt hopelijk ook de bijdragen in Kloosters in Groningen ten deel. Mede om die reden is deze uitgave rijk geďllustreerd, dit ook in aansluiting op het al in deel I geformuleerde uitgangspunt ‘wetenschappelijk verantwoord, maar voor een groot publiek toegankelijk’.
Deel III werd uitgegeven in samenwerking met WBOOKS in Zwolle en is evenals de delen I en II ondermeer te koop in de Kloosterwinkel van Klooster Ter Apel.

2020 © Museum Klooster Ter Apel
Boslaan 3-5, Ter Apel [NL]   Tel. +31 [0]599 581370   info@kloosterterapel.nl
Twitter Facebook Instagram
colofon  |  privacy  |  cookies  |  links  |  contact  |  mobiel
Klooster Ter Apel
Boslaan 3-5
Postbus 139
NL-9560 AC Ter Apel
Tel. +31 [0]599 581370
Fax. +31 [0]599 587140
www.kloosterterapel.nl
info@kloosterterapel.nl