Homepage / Actueel / Kruidentuin Actueel / Archief / Heelblaadjes

25.07.2015   Heelblaadjes

Vandaag konden we tussen de buien door goed in de tuin werken. Terwijl het elders in het land stormde en code rood gold was het hier in de tuin hooguit code geel door alle gele bloemen van ondermeer Griekse Alant (Inula helenium), Teunisbloem (Oenothera biennis) en Heelblaadjes (Pulicaria dysenterica). Waarom het Heelblaadjes, in meervoud is, en geen Heelblaadje is onduidelijk.

Officieel moet er nog een L. achter de dysenterica. De L. is van Carl Linnaeus. Deze Zweedse arts en plantkundige bedacht in 1753 een eenduidig systeem voor de naamgeving van planten. De binominale nomenclatuur. Elke soort kreeg op basis van kenmerken een Latijnse geslachts- en soortnaam. Op deze manier heeft Linnaeus ruim 9000 plantensoorten een naam gegeven.

Genadekruid

De Latijnse naam voor Heelblaadjes is als volgt ontstaan: Dysenterica is afgeleid van dysenterie. Het zou helpen bij de genezing van Dysenterie. Dysenterie is een infectieziekte van de ingewanden met een ernstige vorm van buikloop als gevolg. Deze ziekte werd ook wel rode loop genoemd. Linnaeus had namelijk van een generaal uit het Russische leger gehoord dat hij zijn manschappen tijdens de veldtocht tegen de Perzen van de dysenterie had genezen met behulp van Heelblaadjes. Inmiddels is veel meer bekend over deze ziekte en weten we dat Heelblaadjes geen stoffen bevat die de infectie kan stoppen.

Pulicaria komt van het Latijnse Pulex dat vlo betekend. Dit verwijst naar het gebruik van deze plant als huismiddel tegen vlooien. Bladeren werden op het vuur gelegd en door de rook werden alle insecten gedood. Heelblaadjes is nauw verwant is aan Chrysanthemum cinerariaefoliu en de gekleurde Margriet (Tanacetum coccineum). Uit deze planten wordt tegenwoordig nog steeds het natuurlijke bestrijdingsmiddel Pyrethrum gewonnen.

De gekneusde bladeren en wortels van Heelblaadjes hebben ook een adstringerende werking die werd gebruikt bij het stelpen van wonden. In het Arabisch heet dit kruid Jobs tranen, Rara ejub, omdat verondersteld wordt dat Job met een afkooksel van dit kruid zijn zweren genezen zou hebben.

Dodoens schreef in 1554 over Heelblaadjes:

Sy sijn oock goet teghen die couwpisse en
droppelpisse, en teghen die geelsucht, en teghen
die pijne en weedom des buycxs.
Dese bladeren ende bloemen met eedick
inghenomen, zijn goet teghen die vallende sieckte.
Die bladeren ghewreven, zijn goet gheleyt op beten
en steken van fenijnnighen ghedierten. Dijsghelijck
op wonden en coude ghezwillen.
Dit cruyt met olie vermenght ende tlichaem daer
mede bestreken doet die coude huyveringhen
achter blijven.

Nico Rookmaker

» Bekijk de Kruidentuin op de 3D-plattegrond

Meer artikelen Kruidentuin ActueelRubriek Nico Rookmaker
Co÷rdinator Kruidentuinlieden
2020 © Museum Klooster Ter Apel
Boslaan 3-5, Ter Apel [NL]   Tel. +31 [0]599 581370   info@kloosterterapel.nl
Twitter Facebook Instagram
colofon  |  privacy  |  cookies  |  links  |  contact  |  mobiel
Klooster Ter Apel
Boslaan 3-5
Postbus 139
NL-9560 AC Ter Apel
Tel. +31 [0]599 581370
Fax. +31 [0]599 587140
www.kloosterterapel.nl
info@kloosterterapel.nl