

Ordo Sanctae Crucis / Orde van het Heilig Kruis
De Orde van het Heilig Kruis, ook wel kruisherenorde genoemd en voortkomend uit de geest van de verering van het Heilig Kruis, is de enige nog bestaande kloostergemeenschap die in de Middeleeuwen in De Nederlanden werd gesticht. Zijn oorsprong ligt in het huidige Belgische stadje Hoei aan de Maas. Daar stichtte de edelman Theodorus van Celles in 1210 het eerste kruisherenklooster. Aanvankelijk een bescheiden nederzetting met kleine kapel, in de loop van de tijd uitgroeiend tot het kloostercomplex Clairlieu, Oord van Licht.
Kruisheren zijn reguliere kanunniken, kloosterlingen levend volgens de regel van de heilige Augustinus. Zij hebben hun werkzaamheden in de zielzorg, het onderwijs, de ziekenverzorging en de missie verbonden met het gemeenschappelijke kloosterleven en de plechtige koordienst. Door de eeuwen heen bleven de kloosters van de kruisheren gastvrije oorden voor armen, zieken en pelgrims.
Het moederhuis van de orde, Anno 1371, is gevestigd in Klooster Sint Aegten te Sint Agatha bij Cuijk in Nederland. Thans is in dat fraai gesitueerde kloostercomplex ondermeer het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven ondergebracht.
De orde beleefde haar grootste bloei in de Nederlanden, Frankrijk en Duitsland. Hier werd onder andere het op een schiereiland van de Wupper gelegen Klooster Steinhaus in Beyenburg gevestigd in het jaar 1298, dat als moederklooster van de nieuwe vestiging Klooster Bentlage functioneerde.
Klooster Bentlage werd in het jaar 1437 gesticht en was vanwege de zoutwinning één van de rijkste en vooraanstaande kloosters. Vanuit Bentlage vond Anno 1465 de oprichting van Kloster Domus Novae Lucis plaats in Ter Apel, Nederland.
Verleden en Toekomst
van de voormalige Kloosters Bentlage en Ter Apel
Klooster Bentlage
Wandelend door een nog grotendeels intact gebleven historisch cultuurlandschap bereikt u het aan de Eems gelegen voormalig kruisherenklooster, het latere adellijke slot Bentlage.
Tijdens de wandeling naar het kloostercomplex kunt u zich door de uitgebreide flora en fauna laten inspireren. Door de stilte van de natuur waant u zich in een kloosterlijke omgeving.
Aan het begin van de route ligt de (ondergrondse) zoutafzetting ‘Gottesgabe’, de bijbehorende zoutwerkplaats kunt u bezoeken.
De bewogen geschiedenis van Klooster Bentlage begint in1437. Kruisheren van de Nederrijn verwierven gebouwen bij Rheine en vestigden Klooster Bentlage. Reeds aan het begin van de 16de eeuw is het klooster welvarend en krijgt het status. 50 kruisheren leefden er en 21 boerderijen behoorden tot het grondbezit.
Zowel de reformatie als het gedachtegoed van de verlichting brachten de kloosteridealen van de Orde in een heftige crisis. Het aantal leden nam langzaam af.
In 1803 leefden nog slechts 8 reguliere kanunniken in Klooster Bentlage. In hetzelfde jaar werd het klooster in het teken van de secularisatie ontbonden en toegekend aan Hertog Willem-Joseph van Looz-Corswarem uit België. Het klooster werd een residentie/verblijfplaats voor een klein vorstendom en later een adellijke residentie/verblijfplaats met een agrarisch landbouwbedrijf. In 1978 neemt de stad Rheine het complex over. Na een zorgvuldige restauratie van de oude gotische gebouwen is Klooster Bentlage thans een Kunst- en Cultuurmonument dat zich als culturele ontmoetingsplaats presenteert.
Het museum, in het oudste gedeelte van het voormalig Klooster Bentlage, vertelt op de begane grond het verhaal van de kruisherenorde. Hier kunt u onder andere in een stille verduisterde kamer de middeleeuwse relikwieën-gaard van de kruisheren bewonderen. De cisterciënzer nonnen uit Bersenbrück hebben deze kunstvolle gaard met de zinspreuk ‘uwer gebeente zullen als planten ontkiemen’ gestalte gegeven met botten, pailletten, halfedelstenen en zijden stoffen. Het aanschouwen wakkert aan tot bezinning.
Op de verdieping, waar zich goedbewaarde oude slaapcellen bevinden, is de ‘Westfaalse Galerie’ met schilderijen van het klassiek moderne ondergebracht. De hier tentoongestelde meesterwerken uit het LWL-Landesmuseum voor kunst en cultuurgeschiedenis in Münster tonen de ontwikkeling van de moderne kunst in Westfalen sinds 1900.
Klooster Ter Apel
Op een beboste zandrug in het uiterste zuidoostelijk puntje van de provincie Groningen in de nabije omgeving van de Duits-Nederlandse grens doemt plotseling, tussen de statige bomen door, het middeleeuwse plattelandsklooster op.
De historie van Klooster Ter Apel gaat terug tot in het jaar 1464. Door een schenking van de weldoener Jacobus Wiltingh kreeg de kruisherenorde het grondstuk ‘Apell’ in bezit. Zo ontstond in het jaar daarop een klooster met de naam ‘Domus Novae Lucis’ of wel Huis van het Nieuwe Licht. De bouw heeft bijna honderd jaar in beslag genomen. De kruisheren leidden een agrarisch bedrijf, gericht op zelfvoorziening. Zij schreven als kopiisten hun manuscripten in de Schrijfkamer. Sinds 1465 is het klooster een oord van gastvrijheid en geborgenheid.
In 1593 veroverde Willem-Lodewijk van Nassau het gebied Westerwolde en waren soldaten gelegerd in het Klooster en de bijgebouwen. De reformatie was een feit. De laatste katholieke prior, Johannes Emmen, studeerde de nieuwe leer en werd als de eerste hervormde predikant benoemd.
Thans bieden de devote sfeer en serene rust in Klooster Ter Apel u de gelegenheid de spiritualiteit, het leven en werken van de kruisheren als het ware te voelen.
De bezoeker ontdekt de nog resterende kerk met het Doksaal, Koorbanken en driedelig Priestergestoelte. De akoestiek van de Kanunnikenkerk is onovertroffen. De Glas-in-Lood ramen met afbeeldingen van Koning David en Mozes behoren tot de topstukken van de erfgoedcollectie.
In de prachtige Kruidentuin kan men enige tijd vertoeven. Met respect voor het verleden werd de nieuwbouwvleugel tussen het oorspronkelijke gebouw geconstrueerd. De gerenoveerde Slaapcellen, Ziekenzaal, Atelier van de Glazenier en Schrijfkamer op de Kloosterzolder zijn een bezoek waard.
Dit ‘Top 100’ UNESCO Monument is met een combinatie van architectuur, kunst, natuur en educatie, aantrekkelijk en nodigt uit tot een ontspannen groepsbezoek.
De bezoekers worden in beide kruisherenkloosters meegenomen in een reis naar vervlogen tijden van kanunniken en broeders; naar de historie der kruisheren...